| Politieregio: | | Haaglanden |
| Onderzoek: | | Babylijkje gevonden |
| Plaats delict: | | Park Clingendael in Wassenaar |
| Datum: | | Donderdag 4 juni 2009 |
Wassenaar - Donderdag 4 juni 2009 - Babylijkje gevonden
Ingezonden reacties
13 september 2009
Ik reageer niet als getuige of iemand die een vrouw als mogelijke verdachte kan aanwijzen. Ik reageer zoals ik eerder heb gedaan met wat ik weet uit de theorie. Als u het pad naar mijn conclusies niet wilt volgen ga dan door naar de laatste twee alineas.
Tot nu toe:
- De Politie heeft een wijkonderzoek verricht in de buurt rondom het park.
- De Politie heeft autopsie verricht op het lichaam.
Het buurtonderzoek heeft geen resultaten opgeleverd. Zoals de Politie zelf al duidelijk maakt in de aard van haar onderzoek wordt er veel waarde gehecht rondom het persoon van de dader en niet zozeer om forensisch bewijs. Ik zal mij dan ook concentreren op de dader. Echter om de dader te begrijpen moeten we haar (of hem en haar) zien te doorgronden en daarvoor zijn fysieke aanwijzingen een must.
Ten eerste is er de locatie. De Politie zegt dat deze niet op het reguliere pad ligt. Toch heeft een wandelaar het lichaampje gevonden. Er ligt ook een bunker dichtbij. Als de dader(s) werkelijk het lichaampje op een logische doordachte manier wouden laten verdwijnen dan hadden ze een nog meer geisoleerde locatie uitgezocht. Het lijkt wel dat voor deze locatie gekozen is omdat het naargelang de omstandigheden de best oplossing leek. Het is weg van het normaal bewandelde pad het ligt weg van de bebouwde kom en de dader(s) weten zich er een weg naar te vinden. Ik deel de conclusie dat dat de dader(s) de locatie wisten te vinden en van te voren hadden uitgekozen. Echter denk ik wel dat de keus niet de beste keuze zou zijn geweest maar een de gemaakt is gebasseerd op omstandigheden. Het lichaampje moest snel verdwijnen en een locatie verder weg kon niet worden bereikt. De dader(s) konden hiervoor niet het initiatief of de moeite opbrengen.
De kuil in de grond duid op enige voorbereiding en een plan om opsporing te voorkomen. De vraag is waarom de kuil niet is dichtgegooid. Ik zie ook geen hoop restaarde. Op dit moment ga ik er vanuit dat de Politie dit heeft meegenomen voor onderzoek. Het is onwaarscheinlijk dat de dader(s) de noodzaak zagen om vroegtijdig op te houden. Vooral als het donker is zouden ze genoeg tijd hebben gehad om de kuil weer dicht te gooien. Het lijkt wel of de dader(s) gewoon zijn weggegaan zonder om nog om te kijken naar het graf.
Vanaf hier hou ik op met daders en ga ik er vanuit dat er maar een dader is. Het lijkje is gevonden op 4 Juli 2009. Het kind was tussen de 1 en 3 maanden oud. Dit betekend dat de moeder het kind niet direct naar de geboorte gedood kan hebben.
Het geheel aan conclusies doet mij geloven aan een jonge moeder met een postnataal stress syndroom. Het niet kunnen opbrengen van voldoende initiatief om het kind beter te verbergen. Het onvermogen om het op te kunnen brengen om het kind op een degelijke manier te verbergen en het feit dat de moeder het kind eerst heeft gekend en zich er niet meteen heeft van ontdaan duidt op een psychische aandoening zoals de post-nartum depressie. Een dergelijke depressie komt vaker voor onder moeders maar vooral (zeer) jonge moeders lopen een verhoogd risico om dermate depresief te geraken dat zij hun kind ombrengen. Een dergelijke depressie heeft tijd nodig om te ontwikkelen en dat verklaart waarom het kind niet meteen is omgebracht maar pas na enige tijd.
Dader:
- Tussen de 14 en 29 jaar.
- Dit was haar eerste kind.
- Zwangerschap is mogelijk moeilijk verlopen.
- Er is "geen vader" (De vader is vertrokken of heeft zich van de zorg onttrokken)
- De dader vertoont de uiterlijke kenmerken van post-nartum depressie. (Slapeloosheid Slaapziek emotioneel hoofpijn misselijheid en een over het algemeen "andere stemming dan normaal voor haar")
Terug naar de vorige pagina