| Politieregio: | | Utrecht |
| Onderzoek: | | de gewelddadige dood van Johannes Bernardus Pott |
| Plaats delict: | | Zeist |
| Datum: | | zondag 19 juni 2011 |
|
Zeist - zondag 19 juni 2011 - De gewelddadige dood van Johannes Bernardus Pott
Ingezonden reacties
31 augustus 2011
Ik ben zo vrij om als buurtgenoot van de heer Pott 'vrij mee te rechercheren' daarvoor is de site immers bedoeld.
1. Er is een ladder gebruikt. In mijn optiek heeft de gemiddelde geoefende inbreker geen ladder nodig om zich toegang tot een huis te verschaffen. Daarnaast is het vervoeren en gebruiken van een ladder een redelijk intensieve en opvallende bezigheid. Ik ben zo vrij te concluderen dat de ladder sowieso op een vooropgezet plan van inbraak duidt maar tegelijkertijd wellicht op weinig ervaren daders.
Het vervoeren van een ladder. In eerste instantie zou je denken aan een busje of in ieder geval een voertuig waarop dit op het dak kan worden bevestigd. Een ladder gaat immer sniet in een personenauto. Het feit dat de ladder is blijven staan is ook een belangrijke aanwijzing. Ervan uitgaande dat men besefte dat dit een belangrijk bewijsmateriaal is moet het te riskant zijn geweest deze mee te nemen. 'Zomaar' een ladder vergeten is niet logisch. Het lijkt erop dat men of het voertuig waarmee men is gekomen te ver stond om de ladder weer mee te nemen of dat het te tijdrovend zou zijn geweest om de ladder weer te vervoeren. Kortom of de ladder moest weer op het dak van een voertuig worden bevestigd (geen busje) of het voertuig stond niet op korte afstand.
2. De heer Pott blijkt te zijn vastgebonden. Essentiƫle vraag is de herkomst van hetgeen waarmee de heer is vastgebonden. Is het afkomstig van de daders of iets wat in het huis van de heer Pott aanwezig was? In het eerste geval zou dat het vermoeden kunnen sterken dat men wist van aanwezigheid van dhr. Pott. Vraag rijst namelijk in hoeverre een doorsnee inbreker een touw of iets dergelijks bij zich heeft wanneer er een inbraak gepleegd wordt.
3. Het (doelbewust) verstikken lijkt/is een kille berekenende daad. Het strookt ogenschijnlijk niet met een geschrokken inbreker die zich betrapt voelt. Die zou een oude man wellicht met een enkele klap hebben uitgeschakeld. Daarnaast rijst de vraag of een 'toevallig betrapte inbreker' uberhaupt zou overgaan tot doden. Een directe aanleiding lijkt er niet te zijn tenzij er gerede kans bestaat dat inbreker denkt te kunnen herkend door de heer Pott. Of je moet zo gewetenloos zijn dat je een moord pleegt enkel om te voorkomen dat slachtoffer een signalement af zou kunnen geven..
4. Er is een aanzienlijke som geld gestolen. Vraag is hoe vaak dhr Pott 'aanzienlijke sommen' geld thuis had liggen. Had de heer Pott altijd een flinke som geld in een oude sok of was het incidenteler zo af en toe? In het laatste geval versterkt dat de kans dat de daders hier weet van hebben gehad.
Gezien de aanzienlijke som geld die is buitgemaakt en de niet alledaagse items als een ladder en eventueel iets om de heer Pott mee vast te binden en de eventuele angst voor identificatie lijkt het op voorkennis van het een en ander. Een 'simpele' inbreker kan het nooit zijn geweest is mijn opinie. Belangrijke vraag is dan ook wie er allemaal notie kunnen hebben van de aanwezigheid van geld in huize Pott.
Terug naar de vorige pagina